De manier waarop wij als kerk besluiten nemen, weerspiegelt wie en wat wij willen zijn. De kerk is geen voetbalclub of politieke partij. Wij zijn niet bij elkaar gekomen omdat we een gezamenlijk politiek programma onderschrijven maar omdat wij ons tot God en tot elkaar geroepen weten. Die verbondenheid met God en met elkaar wordt door Paulus mooi omschreven in 1 Korintiërs 12:12-27 waar hij verwijst naar delen van het lichaam die elkaar nodig hebben. De leden zijn met vele, maar het lichaam is één. Wat betekent dat voor de wijze waarop wij in de kerk besluiten (zouden moeten) nemen?
Een begrip dat ons zou kunnen helpen, is ‘koinonia’. Dit Nieuwtestamentisch begrip dat vertaald kan worden als ‘gemeenschap’, vinden we bijvoorbeeld in Handelingen 2:42: “Ze bleven trouw aan het onderricht van de apostelen, vormden met elkaar een gemeenschap, braken het brood en wijdden zich aan het gebed.”
Gemeenschap in de betekenis van koinonia is niet zomaar een vriendschap, maar veeleer een spirituele verbondenheid die gekenmerkt wordt door gelijkwaardigheid, participatie en liefde. Besluitvorming in de context van koinonia verschilt van de wijze waarop in de meeste plekken van onze maatschappij besluiten worden genomen. Het ‘parlementaire model’ dat gebaseerd is op de macht van de helft plus één, en dat gebruik maakt van instrumenten als moties en amendementen, heeft vaak als gevolg dat groepen mensen worden uitgesloten en zich niet gehoord voelen. Het werkt ook ten nadele van mensen die het klappen van de zweep van het parlementaire model niet machtig zijn, en van de ‘stillen in den lande’ (Psalm 35:20, Statenvertaling) die in discussies niet haantje de voorste zijn maar wel degelijk weloverwogen opinies kunnen hebben.
Wereldraad van Kerken
In de Wereldraad van Kerken werken kerken van over de hele wereld met elkaar samen. Die kerken zijn afkomstig uit gebieden die cultureel veel van elkaar kunnen verschillen. Velen van hen zijn niet vertrouwd met het parlementaire model voor het nemen van besluiten. Dit beperkte hun invloed in vergaderingen zoals die van het Centrale Comité. Daarom heeft de Wereldraad een aantal jaren geleden besloten het gebruik van het parlementaire model te beperken tot het nemen van besluiten over zaken als verkiezingen en het goedkeuren van jaarrekeningen. Voor alle andere zaken vindt het nemen van beslissingen plaats op basis van consensus.
In plaats van te stemmen, luisteren deelnemers aan een vergadering aandachtig naar elkaars gezichtspunten. Zo’n proces bouwt meer betrokkenheid en een diepere eenheid op.
Dit kan langer duren maar het creëert wel een veel breder en duurzamer draagvlak. Een Afrikaans spreekwoord luidt: ‘Als je snel wilt gaan, loop dan alleen. Als je ver wilt komen, loop dan met anderen’.
Consensus hoeft niet unanimiteit te betekenen. Het laat ruimte voor een situatie waarin de meesten het eens zijn en anderen met het besluit kunnen leven omdat zij ervan overtuigd zijn dat hun standpunt gehoord is en dat de discussie eerlijk is verlopen. Ook kan gevraagd worden een afwijkende mening op te nemen in het verslag van de vergadering.
Een dergelijk proces vereist discipline, wederzijds begrip, vertrouwen en geduld voor zowel de deelnemers als de voorzitter. Die voorzitter kan tijdens de gedachtewisseling de stemming onder de deelnemers peilen omdat die een kaart van een bepaalde kleur kunnen opsteken om aan te geven of zij het wel of niet eens zijn met een spreker. Mensen met een afwijkende mening krijgen het woord om hun positie toe te lichten.
Veel mensen bij de Wereldraad die gewend waren aan het parlementaire model, hadden aanvankelijk nogal wat aarzelingen bij het invoeren van het consensus model. Nu zijn velen er echter van overtuigd dat het nieuwe model beter past bij de koinonia – de gemeenschap – die men wil zijn en de eenheid die de kerken willen nastreven en uitstralen in een steeds meer gepolariseerde wereld.
Rob van Drimmelen
Lid van de gemeente Nieuwe Graanmarkt, lid van het begeleidingscomité communicatie, voormalig lid van de werkgroep Kerk in de samenleving
Foto: ©Albin Hillert/WCC

